Laat de Kunstenaar (M/V) zijn werk weer doen!

De Schat van Dagobert

0 reacties

Weg met de koning!

Lang leve de Koning/Koningin!

In het Wildemanverhaal gaat de hoofdpersoon, de jonge prins die eerst de Wildeman uit zijn kooi heeft gelaten, mee met de Wildeman het woud in. Daar blijft hij een tijdje, en de Wildeman is zijn mentor.
Maar op een gegeven moment moet hij de wereld weer in. Hij krijgt een baantje in de keuken van het kasteel van de koning. Op een dag moet hij eten brengen naar de koning. Maar wie is die koning eigenlijk? Robert Bly maakt in zijn boek een heel verhelderend onderscheid in de drie niveau's die met het koningschap samenhangen: je hebt de 'Heilige Koning' (Koning Dagobert II bijvoorbeeld, nog steeds aanwezig in de onzichtbare wereld), de 'Politieke Koning' (Koning Willem Alexander) en de 'Innerlijke Koning' (Jij).
De Heilige Koning en Koningin creëren orde in de innerlijke ruimte. De politieke koning "ontleent zijn energie en autoriteit aan zijn vermogen om transparant en ontvankelijk te zijn voor de koning die boven hem staat. Er zijn maar weinig hedendaagse koningen die dat kunnen", aldus Bly.

En hoe staat het met de innerlijke koning?

Ben jij koning of koningin in je eigen rijk?
Of geef je je autoriteit uit handen aan een of andere uiterlijke koning? Zodat jij de lakei bent van bijvoorbeeld je baas, je collega's, je vrouw, je man, je moeder, je vader of je kind? Of van iemand anders die je bewondert, idealiseert, op een voetstuk zet? Zelf zie ik dat ik dat veel gedaan heb, en nog steeds sterk de neiging toe heb, als ik niet oplet. Het dragen van de volle verantwoordelijkheid voor mijn eigen leven vind ik nogal zwaar, en ik wil maar al te graag iets daarvan – vooral de vervelende kant – bij iemand anders neerleggen.

Maar het bijzondere van onze tijd is dat steeds duidelijker wordt dat dat niet meer kan. Voor de 'koningen' en 'koninginnen' die die last te dragen krijgen, wordt het te zwaar. De 'leider aan de top' bezwijkt of schiet tekort.
Tags: Niet getagged
0 reacties

Een spirituele visie op geschiedenis

Ik heb het gevoel dat sinds het begin dit jaar – of misschien wel sinds 21 december 2012 – de verbinding tussen de uiterlijke en de innerlijke wereld sterker aan het worden is. Ik merk dat aan een nieuw soort verbondenheid met betrekking tot verschillende kringen waar ik deel van ben. In mijn gezin: de ruggewervels die in de rug van mijn dochter een beetje scheef zitten, lijken ook wel mijn eigen ruggewervels te zijn. In de padwerkgemeenschap: in het samen zoeken naar onze volgende stap voel ik ons opeens veel meer als een groepslichaam. Tot nu toe waren dat vooral woorden, maar ik erváár het nu ook zo.
En ook als inwoner van Nederland: het zoeken naar juiste richtingen en nieuwe oplossingen in media en politiek laat me niet meer koud en ik word er ook niet meer verontwaardigd over. Ik zie het steeds meer als een mooi en veelkleurig proces, waar ik onderdeel van ben.

Betrekkelijkheid van mijn eigen opvattingen
Een van de dingen die daardoor verandert is dat ik steeds beter de betrekkelijkheid van mijn eigen opvattingen zie. Ik vind van alles, maar dat is maar een deel van het geheel. Elke keer als er een verschil van mening of inzicht is, is de vraag aan mij: wat doe ik daar innerlijk mee? Ga ik vinden dat ik gelijk heb en de ander ongelijk, of kan ik zien dat het ene naast het andere kan bestaan? Dat mijn opvatting er niet onder of boven staat, maar gewoon ernaast?
Dit alles brengt me bij een nieuwe manier om naar geschiedenis te kijken. Ik ben erg geinteresseerd in de Nederlandse geschiedenis – waar ik in mijn boek Koopman Dominee Kunstenaar over schrijf - en de laatste tijd ook steeds meer in de Europese geschiedenis: met name de vergeten periode van de Merovingische koningen van de vijfde tot de achtste eeuw met koning Dagobert II als laatste 'Heilige Koning'.

Van lineaire naar circulaire tijd
Geschiedenis gaat natuurlijk over tijd. En met die tijd is sinds het einde van de Mayakalender iets geks aan de hand. We zijn erg gewend de tijd als lineair te zien, maar naar mijn idee wordt het circulaire karakter van tijd de laatste maanden steeds sterker voelbaar. Net zoals ik dat in mijn eigen leven ervaar, begin ik dat ook in ons collectieve verhaal sterker te zien: dezelfde thema's komen steeds weer terug, maar dan op een hoger niveau. (Twee belangrijke thema's in het collectief: de splitsing tussen 'samen' en 'alleen', en de kloof tussen 'binnenwereld' en 'buitenwereld'.) Doordat de cirkel steeds naar een hoger (meer omvattend) niveau toebeweegt, wordt de cirkel van de tijd een spiraal, wat een mooi beeld is voor de evolutionaire ontwikkeling waar we met z'n allen in zitten.
Bovendien worden de cirkels naarmate je hoger komt steeds kleiner, en gaat de ontwikkeling en herhaling van cirkels steeds sneller. Tot de cirkel zo klein wordt, dat het een punt is. En dan gebeurt er iets mysterieus: de punt wordt een streep, recht omhoog: de sprong naar het volgende niveau.

Bewustzijnssprong
Volgens mij hebben we die (bewustzijns)sprong tussen 12 december en 6 januari gemaakt, maar hebben we het nog maar nauwelijks in de gaten. Dat geeft niet: dat komt nog wel.
In het model van Spiral Dynamics is deze sprong te zien als de sprong van 'groen' naar 'geel'. Het grote verschil is dat je bij 'geel' verbanden kunt leggen die je bij 'groen' nog ontglippen. Dat komt omdat je bij 'geel' de waarde van elk voorgaand niveau kunt zien, omdat dit een eerste werkelijk integraal niveau is. De voorgaande niveaus zijn dat nog niet, zodat ze elkaar bestrijden. Met die bril naar de wereld kijkend zie je alleen maar botsende opvattingen en conflicterende wereldbeelden.
Tags: Niet getagged
0 reacties

Lichaam: instrument of bron?

Sinds begin dit jaar heb ik het idee dat ik een nieuwe grond van mijn bestaan aan het vinden ben. Ik kom vanuit mijn hoofd meer mijn lichaam in, omdat ik steeds vaker het gevoel heb dat dáár de antwoorden te vinden zijn.
Ik kan van alles verzinnen, bedenken, maar dat voelt vaak zo dun, zo vluchtig. Zo 'bedacht'. Als ik eerlijk ben wéét mijn hoofd eigenlijk niet zo veel. Het zit wel volgestouwd met allerlei weetjes, maar op de grote vragen (Waarom ben ik hier, wat moet ik nu doen, wie ben ik?) heeft het geen antwoord.
Het hoofd wil overzicht en daarmee afstand. Het lichaam beseft dat het pad zich stap voor stap ontvouwt, en is nederig en bereidwillig genoeg om die weg te gaan.
Te lang heb ik het lichaam alleen maar als instrument gezien, en niet als bron van kennis.
Het vervult me met enthousiasme en vertrouwen om dat van nu af aan anders te gaan doen. Inspiratie en steun daarvoor vind ik in de verhalen van de Wildeman en Koning Dagobert II. Het lichaam is de schat, en daar hoort het hoofd natuurlijk bij.

Later meer, maar voor nu is dit genoeg.
Tags: Niet getagged
1 reactie

Dagobert de Wildeman

Aan het eind van het sprookje 'De Wildeman', waar Robert Bly zo'n prachtig boek over de mannelijke identiteit over heeft geschreven, vindt er een bruiloft plaats. Zo hoort dat in sprookjes: na vele beproevingen trouwt de prins met de prinses.
Terwijl de bruiloftsmaaltijd in volle gang is, houdt de muziek opeens op, de deuren gaan open en een machtig koning treedt binnen met een groot gevolg. Hij gaat naar de jonge prins toe, omarmt hem en zegt: "Ik ben IJzeren Hans, ik was betoverd tot een Wildeman, en jij hebt me van de betovering verlost. Alle schatten die ik bezit zullen van jou zijn!"

De figuur van de Wildeman komt op talloze plekken in Europa en ook in Nederland voor. Veel oude huizen dragen zijn naam, hij komt voor op stadswapens (Den Bosch, Bergen op Zoom, Antwerpen) en familiewapens, er zijn straten naar hem genoemd, beelden van de Wildeman staan op kerken (de Sint Jan in Den Bosch heeft zelfs een beeld van de Wildeman in de kerk), er zijn café's en jeneverstokerijen naar hem genoemd en een plantje (Pulsatilla) draagt zijn naam: Wildemanskruid.
Jaren geleden ben ik een tijdje op zoek geweest naar de oorsprong hiervan, maar kreeg bij gemeentes, kerkbesturen en café-eigenaren steeds te horen: 'weten we eigenlijk niet'.
De meest voorkomende verklaring die wordt gegeven is dat het 'een primitieve figuur uit het verleden' is. Niet echt een verklaring, meer een veronderstelling.
Tags: Niet getagged
0 reacties

De 'Fontaine Dagobert'


In 2011 schreef ik voor het eerst een stuk over Dagobert, voor het blad van het Oost West Centrum in Orval. Hierin komt de 'Fontaine Dagobert' voor, maar heb ik ook verschillende andere lijnen die in dit verhaal een rol spelen, voor het eerst bij elkaar gebracht. Hieronder dit stuk, waar ik de komende tijd verder op voort wil borduren.

Dagobert II waart rond in het Merovingische hartland

Een kille mist hangt rond de eeuwenoude bomen van het woud van Woëvre. Geen zuchtje wind, geen geluid te horen. Midden in het woud, ver van de bewoonde wereld ligt bij een bron een groep jagers te rusten. Zwijgend zitten de mannen te eten, een paar liggen er, gewikkeld in mantels, een dutje te doen.
Dan staat een van hen op. Het is een lange man, een jaar of dertig. Hij heeft lang haar en een kort baardje. Gehuld in zijn donkerrode mantel met bontkraag loopt hij naar de bron. Aan de rand knielt hij en vouwt zijn handen.
Alsof het een teken is komt er beweging in de rest van de groep. Een blik, een verhuld signaal. Een hand klemt zich om een lans. Behoedzaam staat een man op, halfgebogen, het hoofd spiedend opzij. Geruisloos. Soepel beweegt de gestalte zich naar de knielende man bij de bron. Het woud houdt de adem in.
Een sprong, een stoot, een kreet, een slag, een gil. Alles tegelijk in een paar seconden. Verward, verwilderd, geschokt kijken de mannen elkaar aan. Rumoer, geschreeuw, bevelen. De moordenaar is ontvlucht, met ontbloot zwaard gaan een paar mannen er achter aan.
Dagobert II, koning der Merovingers, ligt dood op de grond. Het is 23 december 679.

Ruim dertien eeuwen later is de bron nog steeds te zien. Tegenwoordig heet zij niet langer 'Source d'Arphays', maar 'Fontaine de Dagobert'. Ook het woud van Woëvre, in de Ardennen op de grens van België en Frankrijk, bestaat nog steeds. Het is een armetierig bos, de grote bomen zijn al jaren geleden gekapt door de houtindustrie.
In de Middeleeuwen die wij graag als 'duister' betitelen, lag hier het hartland van het Merovingische rijk. Het wat? O ja, de Merovingers, die slappe koningen die dankzij de slimme hofmeiers plaatsmaakten voor de daadkrachtige Karolingers. Pas met Karel de Grote begon het hier in Europa ergens op te lijken. Orde, eenheid in het rijk, de christelijke kerk overwon het heidendom. Daarvoor leefde hier een stelletje primitieve barbaren, die West-Europa na het vertrek van de Romeinen lieten wegzakken in de modder van stammentwisten en de drek van achterlijkheid.

Uit de geschiedenis weggepoetst
Waar? Niet waar! Zoals altijd schrijven de overwinnaars de geschiedenis. Nadat de Karolingers met Karel Martel (689-741) de macht eenmaal vast in handen hadden, werden de Merovingers vakkundig uit de geschiedenis weggepoetst. Dagobert II, koning der Merovingers van 675-679, had tot in de achttiende eeuw volgens de officiële geschiedsschrijving zelfs nooit bestaan. En toch heersten de Merovingische koningen van de vijfde tot de achtste eeuw over het gebied dat wij nu kennen als Frankrijk, België, Nederland en een groot stuk van Duitsland. Van de drie onderdelen van hun rijk is alleen 'Bourgondië' nog bekend. 'Austrasiê' en 'Neustrië' zijn in de vergetelheid geraakt.
Wat ook in de vergetelheid is geraakt is de manier waarop de Merovingers de wereldse en de geestelijke macht met elkaar verbonden. Want de Merovingische koningen waren 'priester-koningen' die in directe verbinding stonden met de levende wortels van het christendom. De kracht van het christelijk geloof was bij hen nog niet verstard in de uiterlijke voorschriften van het instituut kerk, het geloof was nog geen machtsmiddel geworden maar was levende bezieling die via de koning het land vruchtbaar maakte. De mythe van de Ware Koning was in hun tijd nog wat een mythe in essentie is: niet een 'leugen' zoals een mythe in onze tijd wordt gezien, maar een archetypische onderstroom waar het dagelijks leven op steunt en door wordt bezield. Het contact met die laag zijn we al eeuwen kwijt maar onze honger wordt steeds voelbaarder. We missen die bodem in ons leven waar onze ziel zich kan laten voeden. Zoals wel vaker in onze geschiedenis moeten we 'terug naar de bron.' De bron van Dagobert.

'Non non!'
In de zomer van 2010 ben ik op vakantie in de Auvergne. Met vrouw en kind bezoek ik een oud kerkje waarover ik in het ANWB-gidsje lees ik dat er een Merovingisch grafveld te bezichtigen is. Ik vraag de mevrouw die ter plekke de rondleidingen doet er naar. Haar reactie verbaast me: 'Non non, c'est pas Merovingien, c'est Carolingien!' Ik vraag door en ze wordt boos. De Merovingers hadden alleen maar gebouwen van hout en daar is niks meer van over. 'Absolument, totalement rasée!' Ze lijkt er bijna plezier in te hebben.
Ik loop over de begraafplaats en zie in de rotsen uitgehakte sarcofagen, groot genoeg voor een menselijk lichaam. Dit zijn volgens de informatie Karolingische graven, ook op de borden wordt met geen woord over de Merovingers gerept.

De kinderen van Maria Magdalena
Waar wel over de Merovingers geschreven wordt is in het boek 'The Holy Blood and the Holy Grail' dat in 1981 uitkomt. De schrijvers van het boek leggen een link tussen het mogelijke huwelijk van Jezus Christus en Maria Magdalena waaruit kinderen zouden zijn geboren (de stof van de Da Vinci Code), en het Merovingische koningshuis, waarin die kinderen zich zouden hebben voortgeplant. De oorsprong van de Merovingers is in nevelen gehuld. De naamgever, Merovech (koning van 447-458) zou volgens de legende geboren zijn nadat zijn moeder door een grote vis was bevrucht. De Merovingische koningen hadden lang haar dat niet geknipt mocht worden, omdat anders hun koninklijke kracht zou verdwijnen. De meest bekende Merovingische koning is voor ons Clovis (456-511), die zich in 496 laat bekeren tot het christendom.

Dagobert Duck
Dagobert kennen we eigenlijk alleen uit de Donald Duckverhalen, waarin oom Dagobert de gierige rijkaard is, die doorlopend bang is dat de zware jongens zijn geldpakhuis leegroven of zijn geluksdubbeltje zullen stelen. Oom Dagobert zwemt letterlijk in het geld: regelmatig neemt hij een bad in de geldmassa die in zijn geldpakhuis opgeslagen ligt.
De eerste keer dat ik Dagobert in een andere vorm tegenkom, is als ik in 2002 in de Belgische Ardennen een 'sandwich Dagobert' bestel. Een stuk stokbrood met ham, kaas, tomaat en mayonaise. Terwijl ik eet komt er een vage herinnering op aan wat ik jaren eerder in 'The Holy Blood and Holy Grail' las. Wie was dat ook alweer, die Dagobert?
Ik ben op dat moment met Ton van der Kroon in Zuid-Belgie, waar we in het Oost West Centrum, vlakbij de abdij van Orval een driedaagse mannenworkshop begeleiden. Ik denk: 'Wat doet Dagobert hier?' en thuis kijk ik het boek er op na. En lees over zijn leven: als hij 4 jaar oud is overlijdt zijn vader. Door een machtbeluste hofmeier die zijn eigen zoon op de troon probeert te krijgen wordt de kleine Dagobert weggewerkt naar een Iers klooster. De verwachting is dat hij monnik zal worden en dat de hofmeier en de andere samenzweerders nooit meer iets van hem zullen horen. Voor de zekerheid wordt bovendien het gerucht verspreid dat Dagobertje op zijn reis is omgekomen. Ook zijn moeder is er al snel van overtuigd dat hij dood is.
Tags: Niet getagged
6 reacties

De Schat van Dagobert

Toen ik vijftien jaar geleden in een geïnspireerde opwelling besloot te verhuizen naar de Franse Pyreneën had ik geen idee dat die stap me zou zetten op het spoor van de Schat van Dagobert.
Ik kocht een huisje aan de voet van de Montségur, de berg waar in 1244 de laatste groep Katharen zich tegen de inquisitie verzette. (Het Katharisme was een gnostieke beweging die eind twaalfde, begin dertiende eeuw in Zuid-Frankrijk zo succesvol was dat de Roomskatholieke paus Innocentius III in 1206 een kruistocht tegen de Klatharen uitriep. Na vele jaren van strijd, bloedbaden en vernietigde steden werd in 1244 de Montségur, de laatste vesting van de Katharen ingenomen en kwamen 220 Katharen op de brandstapel.)
Ik was gefascineerd door die Kathaarse geschiedenis en wilde me daar letterlijk en figuurlijk in verdiepen. Niet onbelangrijk detail: de 'Schat van de Katharen' was na de inname van het kasteel verdwenen en nooit teruggevonden. Niemand wist wat die schat inhield, maar ik had een vermoeden dat ik daar misschien wel achter zou gaan komen en op onnavolgbare wijze de schat zou gaan opgraven.

Niet ver van de Montségur lag het plaatsje Rennes-le-Chateau. Al snel kwam ik er achter dat daar volgens velen ook een schat begraven lag, nog veel groter dan de schat van de Katharen: de schat van Dagobert. Na de verschijning van het boek 'The Holy Blood en The Holy Grail' in 1982 dat helemaal ging over het mysterie van Rennes-le-Chateau, was er in dat plaatsje zelfs zoveel gegraven dat er overal in het dorpje borden stonden"'Verboden te graven' (Defense de fouiller). Ik wist nog van niks maar las het boek, en daarna nog vele andere boeken over het alsmaar uitdijende mysterie tot ik er hoofdpijn van kreeg en het onderwerp weer liet rusten.

Want wat had die vermeende schat van een zevende-eeuwse koning nou eigenlijk met mij en met het eind van het tweede millenium te maken? Ik besloot me te concentreren op de Kathaarse schat die – op basis van een aantal tamelijk vage maar voor mij toen opwinding wekkende aanwijzingen – wel eens in mijn tuin of zelfs onder mijn huis zou kunnen liggen. Want inderdaad, geef ik nu besmuikt toe, heb ik in die periode heel wat graafwerk op mijn terrein en onder mijn huis verricht. Het bezorgde me een goede conditie en een klein wijnkeldertje onder mijn woonkamer, maar vinden deed ik verder niets.
Tags: Niet getagged
4 reacties

Na 1333 jaar wordt Koning Dagobert II weer wakker

In de razendsnelle tijd waarin we nu leven doet het verleden er steeds minder toe. Gisteren is oud nieuws, vorige week is achterhaald en vorige maand al lang vergeten. Zo leren we met z'n allen steeds meer in het NU te leven, dat is waar.

Maar als je het verleden loslaat, waar bouw je dan op voort? Wat is dan het fundament nog waar je op steunt?

Wie jij nu bent, is het resultaat van alles wat vooraf ging. En als je je verleden niet verwerkt, haalt het je in. Ben je gedoemd het te herhalen, zoals dat beroemde gezegde luidt.

Als het gaat om onze individuele geschiedenis, weten we dat inmiddels wel. Als je in je leven vastloopt ga je in therapie, en daarin ga je kijken naar stukken uit je verleden die je weggestopt had: vergeten, ontkend. Je haalt die blinde vlekken weer boven water, ervaart de gevoelens die je toen niet kon, wilde of durfde te ervaren nu alsnog, en je kunt weer verder. Gelukkig is dat voor veel mensen geaccepteerde realiteit, en is 'in therapie gaan' niet meer iets om je voor te schamen.
Ik ben zelf ook in therapie geweest – ben het soms nog – en het heeft me enorm goed gedaan.

Maar als het gaat om onze collectieve geschiedenis, is er nog veel verdringing en ontkenning. Soms is dat omdat het allemaal nog te pijnlijk is: de passieve opstelling bij de jodenvervolging in de tweede wereldoorlog, de politionele acties in Indonesië, Srebenica.
Maar soms – en daar wil ik het nu verder over hebben – omdat het allemaal al te lang geleden is, en we het simpelweg niet meer weten.

Het tijdperk waar ik het de komende tijd in deze blog over wil hebben staat ook wel bekend als 'De Duistere Middeleeuwen'. Grofweg gezegd: de tijd tussen de Romeinen en Karel de Grote, het tijdperk van de vijfde tot de negende eeuw. In
410 plunderen de Visigothen Rome en is 'de eeuwige stad' voor het eerst in zeven eeuwen weer in handen van de barbaren. In 800 wordt Karel de Grote tot keizer gekroond.

Natuurlijk weet de historische wetenschap heel wat over die tussenliggende vier eeuwen. Dat wil ik niet bestrijden, integendeel: ik zal me er graag bij aansluiten. Maar er is ook iets wat de reguliere geschiedschrijving niet weet, niet wil weten of niet kan weten. Wat is dat dan?

Het is een verhaal dat in de loop der eeuwen naar ons collectieve onderbewuste is gezakt. Daar is het bewaard gebleven, en af en toe kwam vanuit die diepte een flard omhoog drijven die door een geinspireerde kunstenaar werd opgevangen en in een vorm werd uitgedrukt. Bijvoorbeeld in een stripverhaal of in een sprookje. Flarden waren er dus wel, maar het verhaal in zijn geheel bleef verborgen omdat de tijd nog niet rijp was.

Nu, anno 2013, is de tijd wel rijp. In onze collectieve geschiedenis zijn we ver genoeg gevorderd om een moeilijk, beschamend en verwarrend stuk uit ons verleden onder ogen te zien. Ons collectieve bewustzijn is ruim genoeg geworden om de vele draden en verbanden van dit verhaal te kunnen bevatten, en de noodzaak om deze blinde vlek bewust te maken is dringend genoeg geworden.

Het verhaal waar ik op doel is het verhaal van Koning Dagobert II, de laatste werkelijk regerende Merovingische koning (650-679). Op 23 december 679 werd hij bij een bron in de Franse Ardennen vermoord. Nu, 1333 jaar later, zal het ons helpen als zijn verhaal opnieuw verteld wordt, als tenminste daarmee ook alle samenhangen waar zijn levensverhaal aan raakt, over het voetlicht komen.

Geinspireerde kunstenaars die in het verleden al iets met dit verhaal hebben gedaan zijn bijvoorbeeld Walt Disney, die zijn Oom Dagobert een volgeladen geldpakhuis meegaf, waarop de Zware Jongens het in vele verhalen gemunt hadden. De Merovingische Koning Dagobert II had ook een schat – die nog steeds niet gevonden is – en de Zware Jongens van zijn tijd waren de Karolingers die met harde hand een eind maakten aan de traditie van het Heilig Koningschap.
Ook de gebroeders Grimm waren geïnspireerde kunstenaars die een flard van het Dagobertverhaal oppikten en het in de vorm goten van het sprookje 'IJzeren Hans', ook wel bekend als 'De Wildeman'.
De Amerikaanse dichter Robert Bly was helder en ontvankelijk genoeg om in de jaren negentig van de vorige eeuw te zien waar dit sprookje in werkelijkheid om ging: om veranderende beelden van mannelijke identiteit. Hij schreef er het prachtige boek 'De Wildeman' over. Hij had het weliswaar niet over Dagobert. Dat puzzelstukje viel pas later op zijn plek, toen Ton van der Kroon en ik na jaren werken met het Wildemanverhaal beseften dat Dagobert II en De Wildeman één en dezelfde figuur zijn.

Ik ben zelf nu een paar jaar bezig met het Dagobertverhaal. Ik schreef er summier over in mijn boek Koopman Dominee Kunstenaar uit 2011. Ik weet nog steeds niet goed wat ik met die figuur aan moet, maar hij laat mij niet los.
Nu besluit ik dan toch maar dit verhaal op mijn eigen manier naar buiten te brengen, via deze blog. Op een dieper niveau gaat dit verhaal over precies hetzelfde als mijn boek over de Nederlandse identiteit en geschiedenis. Maar tegelijkertijd gaat het over méér: het gaat bijvoorbeeld ook over Europa. En over de Christelijke godsdienst die al eeuwen lang zijn verbinding met het Christusbewustzijn kwijt is. En over een diepere verbinding met de planeet Aarde, die dringend aan de orde is. En over een gezonder evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten.

Het gaat dus over heel veel, en tegelijkertijd is de focus ook weer heel beperkt. Want uiteindelijk gaat het allemaal over mij.

Wordt vervolgd...
Tags: Niet getagged
spacer.jpg
Copyright © 2015 Woordenziel.nl | Webdesign: berthil.nl